Wat is ABA

Het ABA centrum is gespecialiseerd in Applied Behavior Analysis (ABA). ABA is een vorm van vroegtijdige, intensieve gedragstherapie. Bij een behandeling volgens ABA past men de leerprincipes uit de experimentele gedragsanalyse toe in de praktijk. ABA wordt vaak in verband gebracht met autisme, maar ABA geeft ook grote vooruitgang bij o.a. kinderen met ADHD, ADD, angststoornissen, agressie en andere gedragsproblemen. Hieronder leest u beknopt beschreven wat ABA is.

ABA is de overkoepelende naam voor vroegtijdige gedragstherapieën en wordt ook wel Early Intensive Behavior Therapy (EIBI) genoemd. Er zijn meerdere begeleidingsvormen die onderdeel kunnen zijn van een ABA programma, zoals Pivotal Response Training (PRT), Verbal Behavior, Discrete Trial Training (DTT) en Natural Environment Training (NET). Deze zijn ook gebaseerd op de gedragsprincipes van ABA. Gebruik en inzet van deze vormen van ABA worden afgestemd op de ontwikkelingsfase van het kind. Zo heeft PRT de focus op communicatie en motivatie, DTT wordt vooral ingezet bij het aanleren van (schoolse) vaardigheden en bij het leren werken aan tafel. Bij Verbal Behavior richt men zich specifiek op het verbeteren van taal. Wanneer een kind zo ver is dat het voldoende vaardigheden heeft om verder te leren in een natuurlijke omgeving, kan NET ingezet worden, waarbij in het dagelijks leven leersituaties gecreëerd worden. Zo kan het kind de vaardigheden behouden en generaliseren.

ABA kenmerkt zich door de volgende 7 dimensies. Een interventie die deze 7 dimensies omvat, heeft de potentie om effectief in gedragsverandering te zijn (Bear, D.M., Wolf, M.M., & Risley, T.R. (1968). Some Current Dimensions of Applied Behavior Analysis. Journal of Applied Behavior Analysis, 1, 91-97).

  1. Toegepast (Applied): behandelingen richten zich op vaardigheden die belangrijk zijn in de maatschappij.
  2. Gedragsmatig (Behavioral): behandelingen richten zich op meetbaar gedrag.
  3. Analytisch (Analytic): behandelingen tonen objectief aan dat de gevolgde procedures de gedragsverandering hebben veroorzaakt.
  4. Technologisch (Technological): behandelingen zijn zo helder omschreven dat iedere opgeleide therapeut ze kan uitvoeren.
  5. Conceptuele systemen (conceptual systems): behandelingen komen voort uit een specifieke en identificeerbare theoretische basis.
  6. Effectief (effective): behandelingen veroorzaken sterke, sociaal belangrijke effecten.
  7. Generaliseerbaarheid (generality): behandelingen richten zich vanaf het begin op doorwerking van gedragsverandering in nieuwe omgevingen, ook wanneer de behandeling gestopt is.